foto Wim Vanseveren
in de media

Mediafonds: adoptie is nobel, autonomie is beter, synergie is best.|terug|

In mijn prille jeugd werd ik, zoals toen alle Vlaamse katholieken, opgevoed aan de hand van de Mechelse Cathechismus. Hij stelde de vragen en gaf ook het antwoord. Vraag 30 luidde: 'Is er meer dan één God?', met als antwoord; 'Neen, er is maar één God'.

Mijn leven was licht, toen.

Een halve eeuw later vraag ik me af of er méér dan één audiovisuele sector is. En ik antwoord: 'Neen, er is maar één audiovisuele sector'. In tijden van efficiëntieoefening en besparen, verwacht je dat een volk als het Nederlandse, dat zo puik is in organisatie, hier al lang het voortouw in genomen had. Maar zoals Duitsers de onweerstaanbare drang hebben om zich rond 25 december omheen een kerstboom te scharen, zo vertonen Nederlanders een genetische neiging om maatschappelijke noden op te sluiten in strikt gestructureerde, apart gecompartimenteerde en vervolgens overdadig gecontroleerde organisaties. Vanuit Vlaams perspectief snap ik dat niet altijd, maar het bevordert wellicht de nachtrust.

Uitheems was dan ook de beslissing van Rutte I om Mediafonds en Stimuleringsfonds voor de Pers samen te voegen. Maar nog meer vragen doken op toen Rutte II besliste om niets samen te voegen en het Mediafonds integendeel op te heffen, vanaf 2016. De reden? "Ik vermoed dat het handjeklap is geweest in de coalitieonderhandelingen" (1) zegt Hans Maarten van den Brink, de directeur van het Mediafonds. Dat de Vlamingen jullie kranten kopen, het zij zo. Maar voel je toch niet verplicht om dan ook maar de Belgische politiek over te nemen.

Die H.M. van den Brink is echter parti pris, denk je dan; you can't ask a turkey to vote for Christmas. De Nederlandse voorzienigheid heeft ook de Raad voor Cultuur gecreëerd die, als Den Haag het hoofd kwijt is, de redelijkheid weer in het Binnenhof moet brengen. Maar ook in hun advies van 3 december 2012 ontwaarde ik geen ondersteuning van het vreemde verschil tussen Rutte 1 en 2 (een kleine stap voor de wiskunde, een reuzensprong voor de logica). De Raad vindt het Mediafonds "professioneel, helder en met een visie" (2) functioneren. Dat laatste leidt wel vaker tot opheffing, in Noord-Korea.

Nobel dat de NPO snel aanbood om de continuïteit inzake hoogwaardige fictie en documentaire te garanderen; het mocht zelfs geld kosten. "Prijzenswaardig" (2), stelt ook de Raad voor Cultuur. Maar toch suboptimaal, zo blijf ik vinden. Het is geen goed idee om een opgegroeid kind in huis te nemen dat op kamers hoort te wonen. Zelfs als de vader het in een nachtelijke driftbui de deur uit zette.

Niet dat de NPO geen oog heeft voor vernieuwing of er boosaardig mee om wil gaan. Maar innovatie ontpopt best in een autonome omgeving. Wildgroei heeft een woud nodig, geen gazon in het Gooi. En er is nog een ander argument: geef ook de commerciële televisie een faire toegang tot beter werk. Of negatiever geformuleerd: ontneem haar het argument dat ze in die staalharde concurrentiestrijd niet kan investeren in bvb. topfictie. Kwaliteit is de plicht van een publieke omroep, maar het hoort geen exclusiviteit te zijn. De oprichting van een Mediafonds werd overigens door VRT, VTM en VAF sàmen bepleit bij de Vlaamse regering!

We moeten niet naïef zijn: de natuur van commerciële televisie is "to keep the prices up, the cost down and the regulators out" (3). Maar In Vlaanderen heb ik sinds de start van een Mediafonds (2011) al voortreffelijke dramareeksen als Clan en Cordon gezien op VTM. Het verhoogde bovendien de dynamiek van de markt. Nieuwe namen doken op via televisieseries en ik zie dat ze inmiddels ook aan een langspeelfilm bezig zijn. " 'Er wordt hier in Vlaanderen bij wijze van spreken tien keer zoveel geproduceerd dan pakweg vijftien jaar geleden', zegt Reybrouck. 'Niet alles is topklasse, daar is nog altijd geen budget voor, maar ook mindere reeksen hebben waarde. Ze houden mensen aan het werk en het zijn plekken om het metier onder de knie te krijgen.' "(4) Voor alle duidelijkheid: de openstelling van het Mediafonds voor ook commerciële omroepen ging in Vlaanderen gepaard met extra fondsen. Ik pleit er geenszins voor om wat nu uiteindelijk Nederlands publiek geld is, te herverdelen zodat ook privéspelers er kunnen uit putten. Bovendien krijgen die in Vlaanderen slechts subsidies mits eigen financieel engagement. In een eerste fase volstaat een 'letter of interest' van een omroep, maar vanaf een aanvraag voor ontwikkelings- of productiesteun, tekent die met zijn bloed een garantie op uitzending (en dus medebetaling). En sinds dit jaar is er in Vlaanderen ook de verplichting voor de 'dienstenverleners' (zeg maar: distributeurs) om jaarlijks 1,3 euro per abonnee in de lokale audiovisuele productie te stoppen. Het Vlaamse Mediafonds is dus zowel in zijn opzet, zijn financiering als zijn werking een samenwerking tussen overheid en privé.

Kennelijk anders dan in Nederland vindt het Vlaamse beleid dat er economisch én creatief één audiovisuele sector is, met uitingen zoals film of televisie en vertoningen op welke schermen dan ook, via de meest diverse platforms en dragers. Het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) neemt nu ook de TV-kijkers formeel mee in zijn filmcijfers - en terecht! Een klerenmerk pakt in zijn jaarcijfers toch ook niet enkel uit met de omzet in boetieks, om de verkoop in de C&A onvermeld te laten? Je stelt vast dat op die manier het publieke succes van een Vlaamse film vaak verdubbelt. En dat is doorgaans, of je 't nu leuk vindt of niet, meteen ook het maatschappelijke draagvlak.

Ik heb de afgelopen 12 jaar vanuit diverse functies met het VAF-Filmfonds & -Mediafonds gewerkt, hetzij als televisiedirecteur, als CEO van een productiehuis of als lector. En ik zat in de jury die in 2012 de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Cultuurmanagement toekende aan het VAF. Het rapport prees de organisatie als een "onafhankelijke bruggenbouwer tussen de overheid en de audiovisuele sector (…) Het VAF ontwikkelde ook vernieuwende instrumenten en een beoordelingssysteem dat zowel performant als doorzichtig is. Zo stimuleert het de doorstroming van jong talent. In één moeite bewijst het VAF dat subsidies wel degelijk efficiënt ingezet kunnen worden en als hefboom kunnen dienen voor een aanzienlijke marktdynamiek." (5)

Het was dus een goed idee van Rutte I om wat fondsen samen te brengen. De afschaffing van het Mediafonds door Rutte II, daarentegen, moet toe te schrijven zijn aan een collectief herseninfarct. In Vlaanderen gingen ze intussen nog een stapje verder, in de andere richting: niet alleen Filmfonds en Mediafonds hebben dezelfde overhead, ook het Gamefonds zit onder datzelfde dak, in één overkoepelende organisatie.

Niet wanhopen, Nederland: op een nacht komt er een Rutte III.



(1) 'Het gaat niet om het fonds zelf' Blog van Patrick Minks
(2) Advies Raad voor Cultuur over 'Budget bijzondere culturele mediaproducties', dd. 3 december 2012
(3) Ik citeer Anna Home, voormalig hoofd van Children's BBC
(4) Regisseur Eshref Reybrouck in De Standaard van 5-6 april 2014
(5) Verslag jury Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Cultuurmanagement 2012



Wim Vanseveren

De auteur was 7 jaar directeur van een cultuurcentrum. Produceerde vanaf 1988 kinder- en jeugdprogramma's bij de VRT. Leidde daarna 5 jaar 'één', dat hij opnieuw marktleider maakte; was ook televisie- en mediadirecteur bij de VRT. Vanaf 2008 zaakvoerder consultancy Uitzichten (media en cultuur).

wim.vanseveren@uitzichten.be
www.uitzichten.be